1. Ik heb een traumatische ervaring gehad, men duwde mij in het water. Overwin ik opnieuw mijn angst?

Vele mensen lopen een levenslang trauma op door onverwacht of onaangenaam watercontact in hun jeugd. Het wel gekende verhaal van “de ander in het water duwen” is dus oorzaak nummer 1 en moet in scholen en publieke zwembaden streng vermeden worden. Soms pas veertig of zelfs vijftig jaar, na deze onaangename gebeurtenis, vindt men terug de moed mij te contacteren en opnieuw de stap naar watergewenning en zweminstructie te zetten. Het is voor de meeste starters een grote moedige stap. Het is ook voor mij een enorme voldoening zulke mensen te kunnen begeleiden in een vertrouwelijk een professionele omkadering . Het eerste positieve watercontact is een leuke overwinning. Men ontdekt de wonderlijke gewichtloosheid en vrijheid van het water. Ieder jaar zijn er verdrinkingen met dodelijke afloop en allemaal hadden deze vermeden kunnen worden. Paniek is hier de slechtste adviseur, het kan het lichaam doen verkrampen. Maar ook zeer veel verdrinkingen ontstaan door stroming en onderkoeling van de lichaamstemperatuur dewelke de spieren doet verkrampen zodoende deze onbruikbaar worden. Veel mensen hebben de neiging water te slikken van zodra men met het hoofd onder water komt. Dit is een natuurlijke ademhalingsreflex dewelke kan omslaan in paniek. Verslikken doen zelfs de olympische toppers. De beheersing van de slikreflexen in het strottenhoofd, de neus en- neusholte vergt oefening. 99% van startende zwemmers beweren in eerste les dat zij een uitzondering zijn en er weinig te verbeteren valt. Als we dat statistisch vergelijken zouden bij deze bewering 99% van de starters een eventuele embryonale afwijking van sinusholte hebben. Dat kan natuurlijk niet. Integendeel kan iedereen na de eerste les onder water met het hoofd. We vermijden in elke zwemstijl met de neus in te ademen want water contact in de sinussen is pijnlijk. Maar ook hiervan gaat u niet sterven. Oefening en juiste begeleiding is een noodzaak.

2. Kan ik meerdere stijlen aanleren?

De officiële zwemslagen zijn schoolslag, crawl, rugslag en dolfijn -of vlinderslag. Meestal begin ik met schoolslag. U ligt hierin stabieler op horizontale rotatie-as en dat vergemakkelijkt de ademhaling omdat u de waterlijn beter controleert. Dat is dan weer interessant uw long –en ademhalingscapaciteiten te trainen vooraleer u overstapt naar een andere stijl. Ook de periodieke stuwingsfase geeft u hier een psychomotorisch voordeel. Als tweede stijl opteert men crawl. Het grote verschil zit hem in de rotatieassen en stuwingsprincipes. Als u van niets start is het een utopie in één week of maand crawl te leren. Mijn ervaring zegt dat men in tien intensieve lessen de basis begrijpt en grof motorisch kan uitvoeren indien u tussen de lessen in deftig oefent. De komende drie jaren, indien u wekelijks traint ontstaat er een vlotte stijl. Het ontwikkelen van balans, timing, optimale stuwvlakken en beenslag, vlotte arm- en beencoördinatie en algemeen watergevoel vergt training en nog eens training. Natuurlijk veranderen ook uw fysische capaciteiten.Rugslag geeft niet altijd een vertrouwelijk gevoel omdat men als starter liever visuele controle heeft op de bodem en omgeving. Anderzijds vermindert rug de ademhalingsinspanning door de constante en stabiele hoofdpositie waarbij de mond boven de waterlijn kan blijven. Vlinderslag is zeer intensief, vergt meer spierkracht en timing in de vormspanningsfasen. Het heeft dus totaal geen zin vlinderslag aan te leren als men bijvoorbeeld het drijfvermogen en de bewegingen op de horizontale assen bij schoolslag niet perfect beheerst. Deze stijl leert men het best in een competitieclub. Het vergt veel training, kracht en soepelheid. Ik beperk mij hierin tot studenten lichamelijke opvoeding of startende competitiezwemmers. Het is moeilijk theoretisch elke fase van de zwemstijlen te bespreken op deze site. Het is ook zo dat iedereen in stijl typeert en er binnen elke stijl verschillende stijlen bestaan… De algemene grof motorische basisbewegingen en coördinatie worden voor iedereen hetzelfde aangeleerd. Als u de twaalf finalisten op de olympische spelen bekijkt zal u ook verschillende details in stijl bemerken. We kunnen lang discuteren over de perfecte techniek. Elk jaar komt er wel een nieuwe Australische of Amerikaanse topcoach met nieuwe onderzoeken die zouden aanwijzen dat het beter en sneller kan. De zwemstijlen zijn sinds de eerste Olympische spelen iedere tien jaar geëvolueerd. Johnny Weissmullerging als eerste onder de minuut op 100m en won zo de Olympische spelen in 1922. Deze tijd haalt nu bijna iedere junior en senior in onze Belgische competitieclubs.

3. Kan ik in 10 lessen leren zwemmen?

Het is moeilijk te beloven dat men in tien lessen een zwemstijl kan aanleren. In de praktijk moet men goed getalenteerd zijn om bijvoorbeeld schoolslag in tien lessen grof motorisch te beheersen als men van niets start. (niets = iemand die nog geen watergewenning heeft gehad) De illusie te kunnen zwemmen of correct één zwemstijl te beheersen na tien lessen is dan ook niet realistisch. Wie dat beweert moeten we vragen; Hoe zwemt u ? Of is het een soort reddend zwemmen ? Zwemmen moet een plezier blijven, een ontspanning, zonder plichten en in veilige omstandigheden. Niet iedereen leert even snel. Ik heb starters die na drie lessen schoolslag in diep zwommen en andere deden daar dertig lessen over. Dat is geen schande. Uw privé zweminstructeur leert u in eigen tempo en in vertrouwelijke sfeer. Moet u dat zwembad over ? Neen, u kan ook van water genieten in borstdiep water zoals in de meeste hotels op uw vakantie.

4. Ik wens deel te nemen aan een hoe snel leer ik crawl?

U moet eerst voldoende water gewend zijn om te kunnen starten. Tijdens een soepele crawl blijft het hoofd 90% onder water als u bijvoorbeeld om de twee slagen komt ademen. Tegenover schoolslag wordt de ademfrequentie en -tijd verkort. Ook roteert u op de verticale as en zal u bijgevolg meer stabiliteit moeten oefenen. Als u bijvoorbeeld geen aquatische schoolslag beheerst is het raadzaam dit eerst te proberen of twee -of drietal lessen te nemen. De zero-starters nemen meestal tien lessen basistechniek (beenslag en rotatietechnieken) en oefent deze tussen de lessen. Daarna starten we met tien lessen fijn-motoriek en bewegingsfrequentie . Om een soepele vlotte crawl te beheers en traint u minimum een jaar. Een jaar op voorwaarde dat u gemiddeld twee -of driewekelijks ernstig traint anders duurt het langer. De basistechniek beheerst u grofmotorisch na vijf lessen maar de ontwikkeling op uw verticale as, uw stuwvlakken, bewegingsfrequentie (timing) , ademhalingshoek, drijfvermogen, beweging, lenigheid enz. ontwikkelt u vooral door veel te trainen met de juiste oefeningen en begeleiding van uw instructeur.

5. Ben ik niet te oud om te leren zwemmen?

Op zwemmen en in het bijzonder het aanleren staat geen leeftijd. Hoe vroeger men watergewenning krijgt , hoe beter, maar het is nooit te laat. Hoe ouder we worden, hoe te meer we van onze lichamelijke capaciteiten zullen moeten inleveren. Wat is uw doelstelling ? Gaan we intensief onze conditie, lenigheid en spierkracht verbeteren of trachten we onze algemene gezondheid te behouden? Of wil u op vakantie eens de zee in of eindelijk het hotelzwembad gebruiken ? Of willen we het ontspannend en helend effect van de hydrostatische druk gebruiken? De laatste jaren heb ik tientallen 65+ers geholpen en ik zal u ineens eerlijk de waarheid vertellen. Niet iedereen die start van nul haalt het vooropgestelde doel. Er zijn veel elementen die uw slaagkans op zwemmen bepalen. Motivatie, conditie ,psychomotoriek, kracht enz… Het zijn vooral lenigheid van de wervel en de gewrichten dewelke uw slaagkansen bepalen. Deze elementen kan u oefenen en verbeteren. Ik start altijd met twee vooropgestelde doelen: ​ – Leren werken en genieten in water en zijn hydrostatische druk leren gebruiken. – Leren verplaatsen in het water met een zwemstijl (optie diep water) Moet u dat zwembad over ? Neen, u kan ook van water genieten in borstdiep water. U volgt bijvoorbeeld de lessen aquagym. Zwemsport bevordert niet alleen de aerobe conditie, maar bevordert ook de lenigheid, de bloedsomloop en de kracht . Als men bewust twee tot drie keer per week een half uurtje zwemt, kan dit de levenskwaliteit aanzienlijk verbeteren waardoor hij/zij langer zelfstandig kan blijven functioneren en resulteert tot een betere levenskwaliteit.

6. Ik kan wel zwemmen maar heb moeilijkheden met ademhaling, hoe los ik dat op?

Zwemtechniek kan men eigenlijk splitsen in verschillende elementen die complementair een vlotte stijl vormen. De voornaamste elementen zijn: Technische uitvoering bewegingen, drijfvermogen, ademhalingstechniek -en timing, stabiliteit en watergevoel, plaatsing stuwvlakken, wrijving- en rotatieweerstanden, soortelijk lichaamsgewicht en type, persoonlijke conditie, bewegingsassen, psychomotorische aanleg, karakter enz…..Veel factoren kunnen aansprakelijk gesteld worden voor een foutieve zwemstijl en daaruit vloeiend ademhalingsprobleem. Een goede instructeur detecteert, bespreekt en oefent alle voornoemde elementen. Het is belangrijk de juiste oefening te selecteren om een fout geïsoleerd te kunnen trainen. Vele zwemmers hebben nooit watergewenningslessen gekregen en zwemmen met angst. Hun zwemstijl is schoolslag met een continu verticale hoofdpositie boven de waterlijn en ze ontwikkelen hiermee te weinig drijfvermogen. Met dergelijke stijl vormt het lichaam een grotere weerstand door de verticale lichaamspositie en verbruikt spierkracht het hoofd boven te houden, die men anders zou kunnen gebruiken om stuwing te ontwikkelen.

7. Ik heb een hernia, mijn arts en kinesist raden me aan om te gaan zwemmen en in het bijzonder te leren. Zijn zwemlessen de oplossing?

Zwemtechniek kan men eigenlijk splitsen in verschillende elementen die complementair een vlotte stijl vormen. De voornaamste elementen zijn: Technische uitvoering bewegingen, drijfvermogen, ademhalingstechniek -en timing, stabiliteit en watergevoel, plaatsing stuwvlakken, wrijving- en rotatieweerstanden, soortelijk lichaamsgewicht en type, persoonlijke conditie, bewegingsassen, psychomotorische aanleg, karakter enz…..Veel factoren kunnen aansprakelijk gesteld worden voor een foutieve zwemstijl en daaruit vloeiend ademhalingsprobleem. Een goede instructeur detecteert, bespreekt en oefent alle voornoemde elementen. Het is belangrijk de juiste oefening te selecteren om een fout geïsoleerd te kunnen trainen. Vele zwemmers hebben nooit watergewenningslessen gekregen en zwemmen met angst. Hun zwemstijl is schoolslag met een continu verticale hoofdpositie boven de waterlijn en ze ontwikkelen hiermee te weinig drijfvermogen. Met dergelijke stijl vormt het lichaam een grotere weerstand door de verticale lichaamspositie en verbruikt spierkracht het hoofd boven te houden, die men anders zou kunnen gebruiken om stuwing te ontwikkelen.

8. Blijf ik leniger? Is zwemmen gezonder dan andere sporten?

Zwemsport bevordert niet alleen de aërobe conditie, maar bevordert ook de lenigheid, de bloedsomloop en de kracht . Als u wekelijks twee keer een half uurtje zwemt, kan dit de levenskwaliteit aanzienlijk verbeteren. De gewichtloosheid in het water ontlast het lichaam en in het bijzonder de gewrichten en botten. Hierdoor kan men de intensiteit verhogen en zijn er meer mogelijkheden het lichaam te blijven prikkelen en te strechen. Vergeleken met andere fysieke sporten, betekent zwemsport; minder ballast op de wervelkolom en gewrichten met minder kans op blessures. Het is geweten dat de mens naarmate men ouder wordt spierafbraak heeft en dat de kan op gewrichtsontstekingen verhoogt. Uw zweminstructeur draagt bij tot het stapsgewijs ontdekken van de zwemsport met de daaraan verbonden voordelen. Hierover kunnen we een boek schrijven want het zijn er teveel om op te noemen.

9. Privé zwemles voor mensen met een bewegingsbeperking

Mensen die zich moeilijk kunnen verplaatsen op het droge, kunnen soms in het water aangenamer bewegen door middel van de opwaartse kracht. Zwemsport is veilig. Er bestaan meer dan vijfhonderd variaties van de vier gekende officiële zwemslagen ; crawl, school, rug, vlinder. Hoe dan ook starten we eerst met watergewenning laten we u de hydrostatische druk herkennen en gebruiken. Zwemtechnisch kunnen we bepaalde accenten verschuiven zodat u bijvoorbeeld gemakkelijk met één arm of zonder benen kan zwemmen. Men spreekt dan over druk en opdrukpunt op een drijvend lichaam. Het vergt in de eerste plaats geduld en oefening om de verdeling van de lichaamsmassa te vinden zodoende drijfvermogen te ontwikkelen. Ik heb persoonlijk al veel mensen geholpen tijdens mijn lessen. Het is altijd leuk als instructeur te zoeken naar uw optimale combinatie stuwing/drijfvermogen. Zelfs blinden kunnen een perfecte zwemstijl ontwikkelen. Het enige verschil is het ontbreken van visuele lichaamscontrole maar dat word gecompenseerd door de ontwikkeling van psychomotorische controle en andere zintuigen. Hier ook werken eerst aan watergewenning en in het bijzonder het ontwikkeling detectie van de waterlijn en gebruik soortelijk gewicht.

10. Ik ben zwanger, kan ik lessen nemen, mag blijven zwemmen?

U kan blijven zwemmen tot vlak voor bevalling. Natuurlijk moet u naarmate de zwangerschap vordert de inspanningsintensiteit verminderen. De bloedsomloop vergroot en uw hart zal harder werken. 1 van de voornaamste elementen waar u instructeur rekening houdt zijn de buikspieren. (verticale en horizontale) Deze verschuiven en mogen absoluut weinig of liever niet belast worden. Indien u enkel schoolslag beheerst is het interessant op de rug te leren drijven. Tot de vijfde maand mag u zeker een lessenreeks starten een nieuwe zwemstijl te leren, maar adviseer eerst uw gynaecoloog. Maar waarom een officiële zwemstijl blijven oefenen ? Er bestaan leuke oefeningen in het water dewelke u lichaam, bloedsomloop onderhouden gebaseerd op aquagym principes. Naarmate de zwangerschap vordert wordt het steeds aangenamer de rugwervel te ontspannen in hydrostatisch milieu. Zelfs bij enkel passieve onderdompeling van het lichaam tot borst- of schouderhoogte heeft men al effect door de druk op de bloedvaten en het ontlasten van de rug- en nekwervel. Ook uw baby ervaart de druk als aangenaam. Deze zit al in water. Duiken is natuurlijk uitgesloten omdat u elke tien meter de druk verhoogt met één bar en de stikstof opname in het bloed verhoogt.U kan de lessen tezamen met partner boeken. Uw zweminstructeur leert u de juiste oefeningen.

11. Zink ik als een steen als ik in het diepe spring?

Dat hangt er vanaf. Als u van 7 meter hoogte in de Scheldestroom springt is de kans dat u door de slag drie of vier meter onder de waterlijn komt en u onmiddellijk gevangen wordt door een neerwaartse onderstroom en u pas drie km verder zeewaarts boven komt. Tip; spring niet zomaar in de Schelde,het is een gevaarlijke tijden gebonden rivier en door het koude water kan u onmiddellijk verkrampt en onderkoeld geraken. Zelfs de beste zwemmers verliezen tegen een krachtige onderstroom. Tip2 ; Spring gewoonweg nooit zomaar in onbekend water !Het soortelijk gewicht is de massa/volume verhouding van een bepaalde materie. Dit bepaald of we zinken of drijven. Hoe lager het soortelijk gewicht van een lichaam, hoe beter het drijft. Water weegt ongeveer 1 kg/liter en het menselijk lichaam dat voornamelijk uit water is gebouwd 0,97 kg/liter. Dus niet zoveel verschil met het water zelf. Hier kan de zwemmer leuk mee werken. Het soortelijk gewicht van onze botten 1,80 kg/liter en de spieren 1,06 kg/liter zijn zwaarder dan water. Vet is dan met 0,95 kg/liter lichter dan het water. Dus hoe meer vet u beschikt, hoe beter u drijft. Lood bijvoorbeeld zal direct zinken want het heeft bijna het hoogst soortelijk gewicht van 11,6 kg/liter en is dus 11 keer zwaarder dan water. Duikers gebruiken deze materie dus om sneller te zinken. De lucht die we inademen weegt 0,0013 kg/liter. Als we bijgevolg de longen vol lucht nemen (balloneffect), we zullen blijven drijven omdat de massa ongewijzigd blijft, maar het volume wel toeneemt en dit ons soortelijk gewicht verlaagd. Dus testvraag, wat doe je voor zekerheid als je in een diep water springt en je wil niet zinken ? ….. Boek een les!

12. Ik wil een zwembrevet!

Tegenwoordig zijn er veel instanties die brevetten uitgeven. In België is dat vooral het ISB. Deze worden verdeeld onder de sportorganisaties –en clubs, scholen, steden en gemeenten. Maar wie schrijft deze uit en wat is de uiteindelijke waarde van zulke brevetten? Voor kinderen zijn deze mijn inzien een leuke stimulans. Verder kan het zijn dat sommige organisaties van sportevenementen erachter vragen als safety check van hun deelnemers. Voor de rest hebben deze geen waarde. Via zwemschool Swimcompany kan u deze behalen onder mijn supervisie als VTS hoger redder en Bloso instructeur maar ik vind het belangrijker dat u juist en relax kan zwemmen en niet met argusogen naar de overkant kijkt voor aan uw 25 meter of 50 meter start ! Moet u dat zwembad over ? Neen, u kan ook van water genieten in borstdiep water. Ik ken weinig hotels waar trainingsbaden beschikbaar zijn met water dieper dan 1.40meter.

13. Zwem ik in sommige zwembaden sneller dan andere ? Wat is weerstand?

Het water in het zwembad circuleert en is turbulenter naarmate het aantal zwemmers verhoogt.Andere elementen die turbulentie en golfslag veroorzaken zijn diepte, temperatuur en vooral in zwembaden de afwerkingskwaliteit van de zwembadranden.Ook de kwaliteit van de scheidingslijnen zijn enorm bepalend. Is het een golfbreker (dikke gekleurde ronde zwemlijnen) of is het een eenvoudige scheidingslijn (meestal koord met wit-rode bollen op). In de zee krijgt u door de maanstand golven en hebt u veel weerstand. Ook in een vijver is er stroming door de opwarming van het oppervlaktewater door de zon. Zwembaden die met zoutoplossing worden ontsmet zwemmen sneller. Zout water heeft een hoger soortgelijk gewicht en u ligt bijgevolg hoger op de waterlijn en dit geeft bijgevolg minder weerstand in uw drijfvermogen.Dus ja, in de zwemcompetitie weet men dat sommige baden beter tijden geven dan andere. Weerstand viscositeit op een lichaam of zwemmer kan men verhogen of verlagen door de vorm van uw lichaam te positioneren. De vormspanningsfasen. Tijdens het zwemmen is het de bedoeling deze weerstand te minimaliseren hetgeen even belangrijk is als leren stuwen. Uw zweminstructeur legt het uit tijdens de les en praktiseert dit met de juiste oefeningen.

14. Hoe lang kan ik onder water blijven?

Vele mensen durven niet met het hoofd onder water en dat heeft meestal een psychologische reden. Puur anatomisch kan 99.99% van de mensen onder water. Men denkt vanaf men onder water komt en men met de longen geen lucht meer kan inademen dat men sterft. Klopt , maar…. u hebt wel even tijd. Het wereldrecord onder water blijven in beweegloze toestand is meer dan 20 minuten. Er is een verschil tussen lucht en zuurstof. De lucht die we inademen zit 21% zuurstof (O²) en rest is bijna allemaal stikstof (N) Het is enkel zuurstof die we nodig hebben en dewelke opgeslagen opslagen zit in het bloed en de spieren. Vanaf moment uw longen stoppen met pompen start u aan uw reserve tot u gemiddeld (niet getraind) na enkele minuten het bewustzijn verliest omdat de hersenen te weinig zuurstof krijgen. Dan bent u nog niet dood. Afhankelijk van persoon duurt het tot gemiddeld 15 minuten voor de vitale organen en het hart stoppen. Niet te vergeten, uw longen stoppen ook als u de adem inhoud en u verbruikt meer zuurstof tijdens arbeid van de spieren. Elke duiker weet dat men meer stikstof opneemt in het bloed naarmate men dieper gaat en de longen volhoud. Vele starters kennen deze theorie niet en ook deze onwetendheid brengt angst. Het is voor elke zweminstructeur een onontbeerlijk element dat u eerst tijdens het watergewenningsproces deze begrippen stapsgewijs leert met de juiste praktische oefeningen in ondiep water.

15. Krijg ik meer uithoudingsvermogen door te zwemmen?

Eerst even een beetje info over; Wat is conditie ? Cardiofysiek verteld ons vooral in welke mate het hart /bloedsomloop fungeert. Hoe sterk pompt het hart ons bloed rond? Deze fysiek is belangrijk omdat het bloed tijdens onze inspanning onze spieren voedt, voornamelijk zuurstof O² en de afvalstoffen afvoert. De het lichaam van de zwemmer ligt horizontaal in het water en ontlast de hartspier. Onze aërobe conditie vertelt ons in welke mate onze longen het bloed van zuurstof voorziet. Hoeveel rode bloedcellen zijn er aanwezig en deze bepaalt mede de verzuringsgraad tijdens de inspanning. (lactaat gehalte) Ook de grootte van de longen zijn voor de zwemmer zeer bepalend.Niet alleen voor de opname van zuurstof maar bepaald ook het drijfvermogen (druk- en opdrukpunt drijvend lichaam) De combinatie van voornoemde bepalen voornamelijk ons uithoudingsvermogen. Deze conditie bepaald ook lactaat gehalte of hoe snel de spier zal verzuren. Als laatste is er de conditie van de spier zelf. Dus ja , u kan uw uithouding aanzienlijk verbeteren door te zwemmen zoals de meeste aërobe- en krachtsporten. Het is het aantal herhalingen binnen een bepaalde tijdszone die belangrijk zijn.

16. Ik krijg steeds honger na het zwemmen, hoe komt dat?

Meer lichaamsbeweging betekent energieverbruik en tegelijkertijd meer energie behoefte. Beweging heeft dus een positief effect op de de stofwisseling in het lichaam. Een sporter verbrand ( glycogeen en zuurstof) en verliest met het transpireren mineralen en vocht. Ook tijdens het zwemmen is dat zo. Een juiste gevarieerde voeding met een goede balans aan koolhydraten, eiwitten, vitaminen en mineralen zijn onmisbaar. Tijdens het zwemmen verbrand men meer door het afkoeling coëfficiënt in aquatisch milieu. Op langere termijn gaat dit ook uw reserves bepalen ; – De glycogeen voorraad of meervoudige sacharide (suikers) in de lever – de bloedsuiker. 1 uur sporten of zwemmen komt ongeveer overeen met één liter meer vocht inname (water). Als u dorst krijgt tijdens het sporten wil dat zeggen dat het reeds te laat is. Uw kracht neemt af en bloed word dikker. Een sporter moet regelmatig drinken.